Ergotherapie

De ergotherapeut onderzoekt en stimuleert de ontwikkeling van uw kind in spel, zelfredzaamheid en schoolse vaardigheden. Er doen zich in het dagelijks leven soms problemen voor die te maken hebben met de beperkingen van uw kind. Samen met u en uw kind zoekt de ergotherapeut naar praktische oplossingen, u kunt bijvoorbeeld advies krijgen over uw speel- en zithouding van uw kind. Ook kan de ergotherapeut informatie geven en ondersteuning bieden bij het aanvragen van voorzieningen, bijvoorbeeld een stoel of een rolstoel.

De ergotherapeut is betrokken bij individuele hulpvragen op het gebied van:

  • zelfredzaamheid wat betreft alle activiteiten gedurende de dag (aan- en uitkleden, wassen en afdrogen, hanteren van schoolmateriaal, eten en drinken onder andere het hanteren van bestek, rolstoeltraining et cetera);
  • schoolse vaardigheden (plakken, tekenen, knutselen, schrijven, stilzitten en concentreren, zelfstandig een opdracht uitvoeren, leren/studeren et cetera);
  • spelen, alleen en/of samen;
  • aanpassingen rondom stageplekken;
  • computer vaardigheden;
  • mobiliteit en vervoer;
  • het aanvragen van hulpmiddelen en voorzieningen (zie ook bij overige werkzaamheden).

Deze behandelingen kunnen individueel, in een klein groepje of in de klas plaatsvinden.

Verder heeft de ergotherapeut op school een belangrijke rol bij:

Sensomotoriek

In de SO-MIA onderbouw en Tyltyl onder-, midden- en bovenbouw worden sensomotorieklessen gegeven. In deze lessen is aandacht voor alle prikkels die binnenkomen via de zintuigen. Dus door kijken, horen, ruiken, voelen en proeven. Ook is er aandacht voor motoriek en ruimtelijke oriëntatie. De prikkels die we krijgen vanuit ons eigen lichaam en van buitenaf, moeten we kunnen integreren. Dit samenspel moet je leren. Dit wordt aangeboden door middel van versjes, aanraken, kruipen, rollen, lopen en springen; langs een cirkel of driehoek, ergens onderdoor of overheen kruipen et cetera. De lessen worden door de ergotherapeut samen met de leerkracht gegeven, de fysiotherapeut en logopedist ondersteunen hierbij.

Lijnenspel

Lijnenspel, voor de SO-MIA onderbouw, heeft als doel ruimtelijk oriëntatie binnen het platte vlak te ontwikkelen. Deze lessen volgen op de sensomotorieklessen en vormen een voorbereiding op het schrijven. De lessen worden door de ergotherapeut gegeven, de leerkracht ondersteunt hierbij.

Handvaardigheid

Dit kan plaatsvinden zowel in de klas onder begeleiding van de leerkracht als in het handvaardigheidlokaal onder begeleiding van een vakleerkracht. De ergotherapeut biedt ondersteuning in de vorm van advies wat betreft houding, handfunctie en hantering van materialen en zorgt eventueel voor aanpassingen van hulpmiddelen. Ook de fysiotherapeut kan wat betreft lichaamshouding worden ingeschakeld om voorwaarden te scheppen voor deelname aan de les.

Schrijven

In de SO en MIA groepen krijgen alle leerlingen vanaf zes jaar schrijfles. De schrijfmethode ‘Schrijven op Maat’ wordt hierbij aangehouden. Naast het leren schrijven van cijfers en letters komen de volgende aandachtspunten aan de orde: zithouding, hoogte van de tafel/stoel, waar ligt het werk, hoe wordt het potlood/de pen vastgehouden en hoe wordt er tussendoor ontspannen. De ergotherapeut en de leerkracht bieden samen het lesprogramma aan. In hogere groepen wordt, indien nodig, schrijftraining gegeven. Dit kan in groepsverband of individueel plaatsvinden.

Toetsenbordvaardigheid

Toetsenbordvaardigheid betekent dat een leerling het toetsenbord van een tekstverwerker (in welke vorm dan ook) zo optimaal mogelijk kan gebruiken. Met optimaal wordt bedoeld: voor de individuele leerling zo snel, zo correct en zo ergonomisch mogelijk. De ergotherapeut start de toetsenbordvaardigheidslessen door de optimale situatie in de klas te bepalen. Soms is het noodzakelijk dat de ergotherapeut een aantal leerlingen individueel begeleidt, om te komen tot de juiste aanpak en keuze van materiaal.

Computervaardigheid

De leerlingen van onze school zijn voor het volgen van het onderwijs in meer of mindere mate afhankelijk van het gebruik van een computer. De ergotherapeut bekijkt per leerling welke uitgangshouding, aanpassingen en hulpmiddelen nodig zijn om zo optimaal mogelijk achter de computer te kunnen werken. Dit kan individueel plaatsvinden, maar ook in groepsverband. De computerles in groepsverband wordt in de tyltyl groepen ondersteund door de leerkracht en een logopedist.

Woontraining

In de hogere groepen van de VG en de VSO tyltyl groepen worden lessen woontraining gevolgd. Verschillende onderwerpen zoals koken, schoonmaken en de was doen worden praktisch geoefend. De les wordt gegeven door de leerkracht, maar de ergotherapeut ondersteunt hierbij door middel van het geven van advies aan een leerling over hoe hij/zij deze handelingen zo ergonomisch en zelfstandig mogelijk kan uitvoeren. Zo nodig wordt gekeken naar hulpmiddelen en aanpassingen. Indien nodig ondersteunen de fysiotherapeut en de logopedist deze lessen.

Rolstoel-oefengroepen

Er zijn op school verschillende rolstoel-oefengroepen. Twee ADREMOgroepen, hierin zitten leerlingen in een elektrische rolstoel met hoofd/voet bediening (een ADREMO rolstoel). En twee ELROgroepen, hierin zitten leerlingen in een elektrische rolstoel met bediening middels een pookje. Het doel van de rolstoel-oefengroepen is het zo zelfstandig mogelijk worden in en met je rolstoel binnen de maatschappij. In eerste instantie is er aandacht voor het technisch rijden. Daarna leren de leerlingen in hun rolstoel rijden binnen en rond de school en in de maatschappij (bijvoorbeeld in het verkeer en in winkels). Verder leren zij in deze situaties adequaat omgaan met, indien aanwezig, hun communicatiehulpmiddel en het toepassen van de juiste sociale omgangsvormen.De lessen worden gegeven door een ergotherapeut samen met een logopedist. Verder is er veel begeleiding en hulp tijdens de les van bijvoorbeeld klassenassistenten en stagiaires.

Het meubilair binnen de school

Bij aanvang van het schooljaar en voor de kerstvakantie houden de ergotherapeuten zich bezig met het meubilair, zo nodig met ondersteuning van de fysiotherapeuten. Voor elke leerling wordt gezocht naar een juiste tafel en stoel. Het meubilair wordt ingesteld of er wordt gezorgd voor een speciale zitvoorziening. Ook vallen de voorzieningen binnen de verdroogruimtes en/of eventuele andere speciaal ingerichte ruimtes onder de verantwoordelijkheid van de ergotherapeut.

Het aanvragen van hulpmiddelen en voorzieningen

Veel leerlingen kunnen door hun beperking geen gebruikmaken van reguliere middelen op school en thuis. De ergotherapeut analyseert waar het probleem ligt en kan, indien nodig, een hulpmiddel voor op school en/of thuis aanvragen. U kunt hierbij denken aan een aanvragen van aanpassingen op het gebied van computergebruik, bestek en spelmateriaal, maar ook het aanvragen van rolstoelen, aangepaste bedden, aanpassingen voor douche en toiletgang en ook aanpassingen aan uw huis.

Ervaar het Maar

De methode 'ervaar het maar' is een praktische methode die op ieder moment van de dag gebruikt kan worden, tijdens allerlei momenten en tijdens allerlei activiteiten.

'Ervaar het Maar' is vooral een benaderingswijze waarbij in de interactie met de leerling voortdurend  gekeken wordt of de ander volgt wat er gebeurt en of er wordt aangesloten bij de manier waarop de leerling zijn ervaringen ordent en communiceert. Pas dan is werken aan ontwikkeling mogelijk.

De ervaringsordening en de communicatie niveaus vormen bij de methode 'Ervaar het Maar' de rode draad, waarop het werken aan ontwikkeling gericht is. In totaal kent de methode 5 uitgangspunten welke nodig zijn om op een totale wijze  te kijken naar de leerlingen binnen onze  tyltylafdeling.

Elke leerling is anders, vandaar ook het belang van goed observeren alvorens je als klassenteam aan de slag gaat.

De 5 uitgangspunten van de methode:

1. Ervaringsordening: het is belangrijk om te onderzoeken op welke wijze  de persoon zijn ervaringen ordent en welke ordeningen in bepaalde situaties dominant zijn. De dominante ervaringsordening zal het uitgangspunt zijn om ontwikkeling te stimuleren. Door goed te observeren wordt bekeken waar de leerling het meest baat bij heeft qua benadering.  Zo is het voor de ene leerling heel belangrijk dat hij/zij alles met zijn hele lijf ervaart, terwijl de ander liever wat meer vrije associatie heeft.

2. Totale communicatie: is een basishouding in de omgang met leerlingen. In de praktijk betekent dit dat de omgeving zich aanpast aan de communicatiemogelijkheden van de leerling. In de praktijk betekent dit dat er gebaren, verwijzers, pictogrammen of taal wordt gebruikt.

3. Basale stimulatie:  een benaderingswijze  om het kind dat niet makkelijk zelf kan bewegen of ervaren te helpen. Het uitgangspunt is om deze mensen te helpen met het ontdekken van zichzelf en de wereld. Basale stimulatie is sterkt gericht op zintuigelijke waarneming en beweging.

4. Motoriek: het is belangrijk ook de motoriek te stimuleren op alle mogelijke punten. Gedacht kan worden aan  het verbeteren van de  rompbalans, het werken met de handen en het volgen met de ogen.

5. Sensomotorische integratie:  de koppeling en de terugkoppeling tussen waarnemen en bewegen.

door de koppeling van waarnemen door de zintuigen en bewegen, ontwikkelt zich het lichaamsschema. het handelingsinzicht en de ruimtelijke oriëntatie. Daarnaast is de alertheid van de leerling belangrijk om te kijken in hoeverre prikkels toegelaten worden. Het gebeurt veel dat leerling onder of overgevoelig zijn voor bepaalde prikkels.

Bij de  methode werken alle disciplines samen. Het gaat uiteindelijk om het doelgericht werken  aan ontwikkeling, daarvoor is het nodig dat iedereen rondom de persoon hetzelfde doel heeft.

Tijdens de lessen werken de ergotherapeut, fysiotherapeut en logopedist intensief samen met het personeel uit de klas.

De methode wordt vooral binnen de  Tyltylafdeling  gebruikt.