Mediawijsheid

Veilig internet: 10 gouden regels voor leerkrachten en ouders

  1. Laat een kind altijd vragen of het op internet mag.
  2. Maak afspraken over het internetgebruik. Op welke momenten? Hoe lang achter elkaar? Welke websites mogen wel of niet worden bezocht?
  3. Maak kinderen ervan bewust dat niet alles op internet echt of waar is. Leer kind aan dat het niet klakkeloos informatie van internet gelooft. Niet alles op het web is wat het lijkt. Vertel kinderen dat ze altijd moeten controleren of informatie van internet voor bijvoorbeeld  een schoolopdracht wel klopt.
  4. Zorg dat kinderen hun privacy beschermen. Geef nooit naam, adres, emailadres of telefoonnummer. Leer kinderen geen informatie te geven over school, klasgenoten of vrienden. Vertel dat wat zij op internet vertellen door de hele wereld kan worden gelezen. Besteed ook aandacht aan webcammen. Opnamen voor een vriendje zijn leuk, maar die webcambeelden kunnen ook op internet terecht komen.
  5. Houd wachtwoorden privé. Maak kinderen ervan bewust dat anderen misbruik kunnen maken van een wachtwoord. Laat ze hun wachtwoord dus altijd geheim houden.
  6. Wees voorzichtig met email. Besteed aandacht aan emailen: geen mails openen van mensen die je niet kent, geen bijlagen openen, geen kettingbrieven of anonieme mailtjes versturen, gedraag in het email-verkeer zoals in het gewone leven.
  7. Vertel kinderen dat je niet zomaar beeldmateriaal op internet mag zetten. Leer ze dat ze het altijd eerst moeten vragen aan de mensen die op het filmpje of de foto staan en aan de maker van de foto's of filmpjes. Als ze niet weten wie dat zijn, kunnen het materiaal niet zomaar kopiëren. Op beeldmateriaal zit auteursrecht.
  8. Gouden regel: gedraag je op internet zoals in real life. Op internet gelden normale omgangsregels: niet pesten, dreigen of schelden. Vertel kinderen dat ze niet zomaar moeten mailen of bellen met mensen die ze op internet hebben leren kennen. Loop regelmatig de vriendenlijst of contacten door en verwijder onbekende mensen of vrienden van vrienden.
  9. Geef kinderen zelf de regie: Vertel ze te stoppen als ze iets op internet vies of niet leuk vinden. Met het kruisje bovenaan is een pagina in één keer weg. Vraag regelmatig naar wat ze op internet zien of meemaken. Ook naar de leuke dingen. Sta open voor de ervaringen.
  10. Zorg dat kinderen bij je terecht kunnen als ze iets vervelends meemaken op internet. Daarvoor is vertrouwen nodig en dat lukt alleen als leerkrachten en ouders ook daadwerkelijk openstaan voor wat hun leerling of kind op internet doet. Wijs hun internetgebruik niet af. Ook niet als je zelf maar weinig ophebt met chatten, gamen of 'internetvrienden'. Voor een kind is het echt.

 

Kijk voor deskundig advies over kinderen en media ook eens op http://mediaopvoeding.nl/ .